vrijdag 18 mei 2012

Gambas al Pil Pil

Gambas al Pil Pil, ofwel garnalen in knoflook en chili olie, is een heerlijk Zuid Spaans gerecht dat je in vrijwel alle restaurants aan de kust op de kaart ziet staan. Lekker als voorgerecht of als tapa en gemakkelijk te maken. Neem er wel de tijd voor en zorg dat de olie niet te heet wordt anders verbrand de knoflook en dat is zonde. Direct van het vuur serveren, zodat de garnalen nog nasputteren. En vergeet het brood niet, dat je in
de olie kunt dopen.

Ingrediënten:
  • Olijfolie
  • 20 gepelde grote garnalen
  • Gedroogde chilipepers of Spaanse peper
  • 4 teentjes knoflook
  • 1 theelepel pimenton / paprikapoeder
  • Zeezout
  • Peterselie
Bereiden:
Snijd de knoflook in dunne plakjes, de Spaanse peper in ringetjes en hak de peterselie fijn. Pel de garnalen en dep ze droog met keukenpapier. Ingevroren garnalen eerst ontdooien. Verhit flink wat olijfolie in een aardewerken ramekin, een zwaar braadpannetje of anders een koekepannetje op een matig vuur. Voeg de knoflook, de chilipepers of gesneden Spaanse peper en de pimenton toe aan de hete olijfolie. Rustig fruiten en doorroeren zodat de olie de smaak opneemt. De pimenton geeft Spaans karakter en een rokerige smaak af. Voeg vervolgens de garnalen toe en bak deze ongeveer 3 minuten mee. Niet te lang want anders blijft er niets van over. Voor de liefhebber kun je er  op het laatst wat fijngehakte peterselie over strooien en eventueel een draai uit de zoutmolen. Direct serveren. Vers gesneden brood is lekker in de olie te dopen. Het resultaat is verbluffend. Als er al wat olie overblijft, dan kun je die perfect gebruiken als dressing over een salade. Niet het beste gerecht als je aan het lijnen bent.

Buen provecho!

dinsdag 15 mei 2012

Frigiliana - de mooiste witte parel van Andalusië

Als er een dorp fotogeniek is, dan is het wel Frigiliana. Niet voor niets is dit dorp in de comarca La Axarquía meermalen verkozen tot mooiste dorp van Andalusië en zelfs van Spanje. De oude dorpskern bestaat uit klinkerstraatjes en trappen, aan weerszijden geflankeerd door witgekalkte huizen. Aan de muren hangen plantenbakken met geraniums voor een explosie van kleur en geur. Ramen en balkons zijn afgezet met smeedijzeren spijlen, die scherp contrasteren met de witte achtergrond. De keien in de smalle, soms steil omhoog en omlaag lopende steegjes zijn in vrolijke patronen met krullen, cirkels en sterren gelegd. Overal staan potten, tonnen en bakken met planten en bloemen. Winkeltjes en boutiques met kleurrijke plaatselijke kunst en keramiek en de terrassen van de bars en restaurants geven een vrolijke levendige sfeer. Oude dametjes in traditioneel zwart zitten op een stoel voor hun huis of op de trap naar de voordeur. De mannen sloffen met de handen op de rug door het dorp en verzamelen op de bankjes onderaan het dorp of op de pleintjes om de dag door te nemen.


Frigiliana ligt 7 kilometer landinwaarts ten noorden van Nerja. Het pittoreske dorp telt tegenwoordig meer dan 3.000 inwoners, waaronder een toenemend aantal buitenlanders. De oude dorpskern is aangevuld met nieuwgebouwde appartementen, waarbij zoveel mogelijk de oude bouwstijl wordt aangehouden, zodat oud en nieuw in elkaar overvloeien. De aantrekkelijkheid van Frigiliana trekt veel toeristen aan. Soms met bussen vol, die maar met moeite door het dorp kunnen manoeuvreren. Vooral op donderdag is het druk, wanneer de markt wordt gehouden.

Frigiliana is gebouwd op de helling van de berg El Fuerte. Bovenop zijn overblijfselen te vinden van een oud fort. Dit was de plek waar de Moorse opstand in 1569 door de christenen bloedig werd neergeslagen. Naar zeggen verkoos een aantal Moren de dodelijke val van de kasteelmuren boven gevangenname door de Spanjaarden en zijn er nog altijd menselijke resten te vinden. Spanje’s mooiste ligt direct aan het Parque Natural de las Sierras de Tejeda, Alhama y Almijara. De kale bergtoppen van dit woeste natuurgebied vormen de dramatische achtergrond van deze pueblo blanco, terwijl de Middellandse Zee aan de andere kant in het zonlicht schittert. El Ingenio is de enige nog werkende fabriek in Europa die honing maakt op basis van suikerriet. Er wordt nog geproduceerd volgens de traditionele werkwijze. Het gebouw met grote façade is prominent aanwezig in het centrum van het dorp. Aan de voorzijde van de fabriek zijn enkele shops met lokaal keramiek gevestigd. Ook fraai is de oude fontein op de Plaza de la Fuente Viejo dat het wapenschild draagt van degene die het in de 17e eeuw heeft gebouwd.

BIJZONDER OVERNACHTEN:
LA POSADA MORISCA 

vrijdag 4 mei 2012

Rebujito ideale feestmix en verfrissende zomercocktail

Tijdens de feria’s in Spanje werd gewoonlijk Fino of Manzanilla gedronken. Deze Spaanse versterkte wijnen uit de omgeving van Jerez de la Frontera in Andalusië zijn bij ons bekend als Sherry - naar de Engelse verbastering van Jerez - en bevatten 15% alcohol. Logisch dat menig Spanjaard al snel in benevelde staat verkeerde na een beetje stevig doordrinken. Niet verwonderlijk dat men een mix ging uitproberen, waar je het langer mee uit kon houden in de Spaanse zon, die goed dorstlessend was en bovendien goddelijk lekker bleek. Het resultaat was de rebujito, een verfrissende cocktail waarbij Fino wordt aangelengd met koolzuurhoudende lemon drink (Sprite, 7-Up, etc.) en veel ijs. De Rebujito is immens populair onder de feestende mensen, heeft inmiddels ook zijn plek gevonden op de kaart van bars en restaurants en dringt zelfs door tot in het buitenland. Tijdens de feria’s worden er vele liters van het drankje uit pitchers (kannen) uitgeschonken. Het heeft iets weg van Gin & Tonic, maar dan met slechts de helft aan alcohol. De smaak is weliswaar vrij sterk, maar de lemon haalt het scherpe randje van de droge fino. Er is geen vaste receptuur, deze verschilt per streek of zelfs bar en de hoeveelheid fino kan naar eigen smaak worden aangepast. Sherry is in Nederland misschien niet heel populair en wordt meestal door dames gedronken, maar een Rebujito is hemels, voor zowel mannen als vrouwen. Salud!
 
Rebujito:
- 1/3 deel Fino
- 2/3 deel koolzuurhoudende citroenlimonade (bijv. 7-Up, Sprite, etc.)
- 1 blaadje munt
- Schijfje citroen/limoen
- Veel ijs



Met wat meer moeite kun je een Rebujito ook als cocktail drinken met versgeperst vruchtensap.

Rebujito cocktail:
- 100ml Fino sherry
- 2 schijfjes limoen en 2 schijfjes citroen in kleine driehoekjes gesneden
- 10ml suikersiroop
- 50-75ml soda/tonic
- 20-25ml versgeperst citroensap

Doe het gesneden fruit in een kan (500 ml) als decoratie. Vul half met cracked ijs. Voeg  de Fino, siroop en citroensap toe en roer om te mengen. Voeg de soda toe en meng nogmaals. Pas de hoeveelheid soda aan het zuurgehalte van het vruchtensap aan.

vrijdag 27 april 2012

Feria de Abril in Sevilla

Twee weken na Pasen start de Feria de Abril van Sevilla. Al meer dan 150 jaar vieren de Sevillanos een week lang feest op een enorm feestterrein in de wijk Los Remedios. Het stof van de Semana Santa is nauwelijks neergedaald of de stad stort zich met ongekend enthousiasme in het volgende festijn en raakt voor een week verlamd. De Feria de Abril is uitgegroeid tot één van de populairste festiviteiten in Spanje en wordt jaarlijks door meer dan een miljoen feestgangers bezocht.

De eerste feria werd in 1847 als jaarmarkt georganiseerd door een Baskische en een Catalaanse veehandelaar, gesteund door een groot aantal veehouders en boeren. De veemarkt was aanvankelijk beperkt van opzet, maar al gauw kwamen er tentjes waar kon worden gegeten en gedronken en werden er stierengevechten gehouden. De tentoonstelling verkreeg steeds meer een feestelijk karakter en groeide het uit tot het belangrijkste folkloristische evenement van Sevilla. Omdat de Feria 2 weken na Pasen wordt gehouden variëren de data van het evenement. Een enkele keer valt de periode zelfs in mei, dan wordt er krampachtig geschoven totdat er minimaal 1 dag in april valt, om zodoende de toepasselijkheid van de naam te behouden.

Op het feestterrein de Real de la Feria, worden meer dan 1.000 casetas opgebouwd. Deze groen/wit en rood/wit gestreepte paviljoententen moeten voldoen aan strenge voorschriften. In het voorste gedeelte aan de straatzijde worden sevillanas gezongen en gedanst, gefeest, gegeten en gedronken. De casetas zijn eigendom van of worden gehuurd door bedrijven, organisaties, verenigingen, lokale families of vriendengroepen. De toegang is doorgaans alleen op basis van een felbegeerde officiële uitnodiging. Gelukkig zijn er ook een aantal publieke paviljoens met vrij entree voor minder fortuinlijken. De lijst met aanvragen voor een standplaats is al jaren oneindig lang. Er gaan zelfs geruchten rond om te verhuizen naar een nieuwe, nog grotere plek. Het huidige terrein, dat sinds 1973 wordt gebruikt, is meer dan een kilometer lang en een halve kilometer breed, met een aantal verharde wegen en daartussen vlakken met geel zand voor de tenten. Lekker stoffig bij droogte en een enorme blubberpartij bij slecht weer. Naast het gedeelte met de casetas ligt La Calle del Infierno (Straat van de Hel) met de kermisattracties. De hoofdingang van de Real de la Feria wordt gevormd door een enorme toegangspoort, elk jaar opgebouwd volgens een ander ontwerp en versierd met duizenden gloeilampen. De poort van 2012 is gebaseerd op de gevel van de Iglesia del Divino Salvador en telt maar liefst 24.000 peertjes. Boven de wegen hangen ontelbare kleurige lampionnen als sfeervolle feestverlichting. Zo verrijst er jaar na jaar een bruisende stad, die na een week weer wordt afgebroken.

De Feria wordt officieel geopend tijdens El Alumbrado in de nacht van maandag op dinsdag om 00.00 uur exact. Met een druk op de knop ontsteekt de burgemeester de verlichting van de portado (toegangspoort) en het terrein. Genodigden verzamelen zich in de casetas voor El Pescaito, het openingsdiner dat bestaat uit kleine gefrituurde vis. Een van de leukste attracties is de dagelijkse paseo de caballos. De mooiste paarden en koetsen van vaak aristocratische en gegoede families uit de stad vormen vanaf 12.00 uur een defilé over het terrein en trekken op naar La Real Maestranza voor het stierenvechten. Vooral de ruiters en koetsiers zijn gekleed in een traje corto, een veelal grijs kostuum dat bestaat uit een strakke broek, laarzen en een kort gesneden jasje. Op het hoofd wordt een breed gerande cordobes hoed gedragen. De dames dragen een traje de flamenca of fareales, de bekende fleurige flamenco jurk. In het opgestoken haar is een bloem of kam van dezelfde kleur gestoken; om de schouders is eventueel een sjaal geslagen. Het is een genot om de stoet langs te zien komen, met de feestelijk uitgedoste passagiers en berijders; de meiden vaak schrijlings achterop het paard, ruiters trots in het zadel. Tot 20.00 uur ’s avonds zijn de casetas open en gunnen zij een ongestoorde blik op de feestende mensen die sevillanas dansen en zingen. Ruiters nemen niet de moeite om af te stijgen maar drinken in het zadel. Er wordt vooral Manzanilla (sherry) geschonken, maar om het langer vol te houden is de rebujito (Manzanilla met Sprite of Seven-up en veel ijs) populair. ’s Avonds om 20.00 uur moeten de paarden en koetsen van het terrein, sluiten de tenten hun gordijnen en zet het feestgewoel zich in besloten kring voort tot in de vroege uurtjes. Houd er rekening mee dat de Feria de Abril een feest is voor de Sevillanos en er lang niet overal toegang is voor belangstellenden zonder connecties!

Na zes dagen en zeven nachten uitbundig feest van middaguur tot 6 à 7 uur in de morgen, vindt zondagnacht de slotceremonie plaats met een groots vuurwerk. Sevilla kan zich opmaken voor het volgende evenement.

woensdag 18 april 2012

Hoop voor de Iberische lynx, de meestbedreigde katachtige ter wereld.

Volgens de BBC hebben recente pogingen om de Iberische lynx te redden kans van slagen. Ooit was de lynx wijdverspreid over het Iberische schiereiland en leefden er zo’n 3.000 exemplaren in het wild. Maar sinds de jaren 60 van de vorige eeuw is het aantal dramatisch teruggevallen en werden er in 2005 nog maar 150 dieren geteld. Hiermee werd het de meest bedreigde katachtige ter wereld. Nu leeft dit prachtige beest alleen nog in het Doñana Nationaal Park en in het oostelijke deel van de Sierra Morena in Jaén. De dramatische terugval van deze met uitsterven bedreigde kat is hoofdzakelijk te wijten aan de vernietiging van het leefgebied en de afname van de belangrijkste voedselbron, het konijn, door ziekte.

De Iberische lynx is ongeveer een meter lang, twee maal zo groot als een huiskat. Het heeft een zandkleurige vacht met donkere vlekken, een korte staart, grote poten, zwart omrande gele ogen en opstaande oren met een pluim. Het gaat hier onmiskenbaar om een roofdier. De lynx is bijzonder schuw en leeft voornamelijk solitair. De kans de lenige katachtige in het wild te zien is maar klein.

Volgens Miguel Simon, directeur van Lynx Life, was de situatie zeer alarmerend en leefden er nog slechts twee populaties. Dit leidde tot extreme maatregelen. Uit angst dat de soort volledig zou uitsterven, werd er 5 jaar geleden een fokprogramma opgestart met gevangengenomen wilde lynxen. Ondanks de teruggetrokken leefwijze van het dier verloopt het project van Lynx Life voorspoedig en leven er nu 100 lynxen in gevangenschap. Door verbeteringen in het leefgebied van het roofdier en het bijvoeren tijdens voedselschaarste neemt het aantal in het wild ook toe en staat de teller inmiddels op 300. Een dubbel succes!

De volgende stap van het Lynx Life project is het uitzetten van in gevangenschap gefokte lynxen. Sinds 2011 is er een aantal exemplaren vrijgelaten in de Sierra Morena. Dit bergachtige gebied met schaduwrijke bossen en voldoende konijnen is een perfecte habitat voor de roofkat. De vooruitzichten zijn redelijk optimistisch, want één van de vrouwtjes heeft twee kitten geworpen. Wanneer zich meerdere populaties ontwikkelen kunnen er meer dieren worden geïntroduceerd, in de hoop dat Iberische lynx een nieuw bestaansrecht weet op te bouwen en zichzelf kan redden uit deze tot voor kort uitzichtloze situatie.

vrijdag 30 maart 2012

Semana Santa


De Semana Santa in Spanje is de week die voorafgaat aan Pasen en eindigt op paaszondag. Tijdens deze week wordt plechtig boete gedaan en wordt het lijden van Christus herdacht. In 2012 valt de Goede Week in de week van 1-8 april. Vooral in Andalusië zijn de vieringen uitbundig en is de gehele regio ondergedompeld in een sfeer van devotie. Elk jaar, wanneer de lente zijn intrede heeft gemaakt, worden de straten en pleinen omgetoverd tot een grote openlucht tempel, waar gelovigen en nieuwsgierigen samenkomen om het paasfeest te vieren en te genieten van de traditionele processies. Tijdens deze optochten worden heilige beelden en passietaferelen op houten, vergulde of verzilverde plateau’s (paso’s) meegetorst door de straten van de stad of het dorp.

De Goede Week in Andalusië is uitgegroeid tot een wezenlijk onderdeel van de cultuur en ademt de geest en trots van de Andaluz. De processies in de kleinere steden en dorpen vinden doorgaans plaats op donderdag en vrijdag en zijn lokale gebeurtenissen, maar in de grote steden betreft het een uitbundige viering die de gehele week duurt. Tienduizenden boetelingen en belangstellenden komen van heinde en verre, om meegevoerd te worden in de emotie en de pracht en praal. De festiviteiten in Sevilla en Málaga zijn het grootst van opzet en trekken jaarlijks vele toeristen van over de gehele wereld. In Sevilla worden wel zestig processies gehouden. Ook de optochten in Granada, Jerez de la Frontera, Huelva, Cádiz, Córdoba en Jaén zijn meer dan de moeite waard om te bezichtigen, waarbij elke stad het feest op eigen wijze viert. Hoe belangrijk de Semana Santa voor de Andaluz is, blijkt wel uit het feit dat de Malagueño filmster Antonio Banderas elk jaar aanwezig is als leider (capataz) van de broederschap Virgin de las Lágrimas y Favores (Maagd van Tranen en Gunsten). Verscholen onder een puntmuts loopt hij onherkenbaar mee in de processie van Málaga. Hij laat zelfs in zijn filmcontracten opnemen dat hij vrij is in de week voor Pasen.

De processies die enkele uren in beslag nemen, worden zowel overdag als ’s avonds gehouden en zijn een serieuze aangelegenheid, waarbij iedere deelnemer een eigen taak heeft. Zij worden elk georganiseerd, gecoördineerd en gefinancierd door een broederschap (hermandad of cofradía) behorende tot een bepaalde parochie. Een broederschap kan vele duizenden leden van over de hele wereld hebben. De start en het einde van een processie vindt plaats bij de eigen parochiekerk en zijn momenten met extra lading, doorgaans de hoogtepunten van de parade. De hermandads zijn ook verantwoordelijk voor de constructie en het onderhoud van de paso’s, die soms honderden jaren oud zijn. In de dorpen zijn ze slechts bescheiden van formaat, maar in de grote steden kunnen ze enorme afmetingen aannemen. De grootste tref je aan in Málaga, waar ze overigens trono worden genoemd en kunnen tot 9 meter hoog zijn en 6 ton wegen. Deze gigantische draagbaren worden door wel honderdvijftig costalero’s gedragen, die elk een kussentje op het hoofd hebben gebonden om verwondingen te voorkomen. Al wiegend op de muziek van fanfares of het tromgeroffel van tamboers beweegt het platform zich langzaam voort, op de schouders van serieus kijkende boetelingen. Telkens wordt het na een aantal meters neergezet en worden er saeta’s (à capella gebedszangen in flamencostijl) toegezongen. Het manoeuvreren is een ingewikkelde en precieze aangelegenheid en wordt aangestuurd door de capetaz. Het zonder schade in- en uitgaan van de kerk of het parochiehuis is tijdrovend omdat er slechts een paar centimeter speelruimte is. Ook een bocht maken is een hachelijke zaak en duurt meestal vele minuten. Een goede actie wordt beloond met een flink applaus van de toekijkende menigte.

De processies bestaan uit een aantal gedeelten, gescheiden door geborduurde vaandels en standaards en worden voorafgegaan door het Cruz de Guía, een groot kruis. Hierachter volgen de boetelingen, soms blootsvoets en zichzelf pijnigend. De boetelingen gekleed in een tenue zijn de nazareno’s. Zij zijn anoniem door het dragen van een capirote, een puntmuts met een kap waarin uitsparingen voor de ogen zijn gemaakt, die tot over de schouders valt. Volgens rang en stand dragen zij een boetekruis, vaandel, staf, kaars of religieus relikwie. Naar gelang de grootte van de cofradía, kan het aantal deelnemers van een processie oplopen tot meerdere duizenden personen. Tussen de groepen door wiegen de paso’s, de één nog meer vereerd dan de ander. De laatste paso is altijd het beeld van een gekroonde Maagd gekleed in een mantel onder een baldakijn. Voor en achter het beeld staan vele kaarsen opgesteld, die als het donker is worden aangestoken.

De paso’s met de twee meest geadoreerde Mariabeelden in Sevilla zijn die van Maria Santissima de la Esperanza de Triana en Maria Santissima de la Esperanza Macarena. De processies van deze cofradía’s vinden plaats op Madrugada (Ochtendgloren van Goede Vrijdag) en vertrekken na middernacht om pas in de middag van Goede Vrijdag te eindigen. Het zijn traditioneel de meest emotionele tochten van de Semana Santa. De Goede Week in Sevilla is elk jaar bijzonder druk. Om een mooie plek langs de route te bemachtigen, zul je vroeg van de partij moeten zijn. Voor degenen die verzekerd willen zijn van goed zicht op de processies is er de mogelijkheid om een balkon te huren bij één van de huizen. Prijzen kunnen hierbij oplopen tot wel € 1.700. Je hebt dan wel prima beeld op de 105 paso’s van de 55 broederschappen die langstrekken. De passietaferelen variëren van het Laatste Avondmaal, tot de kruisgang en de graflegging.

Het dragen van een paso is een grote eer. Costalero wordt je dan ook niet zomaar, vaak wordt de taak verkregen door vererving van vader op zoon. De toewijding en gratie waarmee de paso’s urenlang door de straten worden gezeuld is bewonderenswaardig. De diepe emotie rond deze week maakt de Semana Santa tot een bijzonder feest en zal ook veel indruk maken op ongelovigen.

maandag 26 maart 2012

Traje de Luces – “kostuum van lichtjes”

De marketinggedachte achter de reclamespot van Cruzcampo uit 2009, is de profilering van het biermerk als typisch Andalusisch. Eens was dat waar, maar tegenwoordig is het merk eigendom van biergigant Heineken. Aan de hand van metaforen en stereotypen wordt Cruzcampo verweven met zuidelijke regio, in de verwachting de lokale verkopen te stimuleren. Als één van de typisch Andalusische kenmerken die in het filmpje worden opgesomd, wordt het traje de luces aangehaald. Voor lokalen is dat een bekend begrip, maar aan de doorsnee liefhebber van Zuid-Spanje zal deze opmerking in onwetendheid voorbij gaan.

Het traje de luces (kostuum van lichtjes) is de naam die is gegeven aan de kleding die de torero draagt tijdens een corrida (stierengevecht). De naam is afgeleid van de schitteringen in het zonlicht door de rijkelijke versieringen op het pak. Gouddraad is voorbehouden aan de matador en de picador, voor de overige torero’s wordt zilvergaren gebruikt. Als land dat sterk aan tradities hangt is het niet verwonderlijk dat het kostuum sinds het eind van de 18e eeuw niet of nauwelijks is veranderd. Het kostuum is gebaseerd op de kleding van de adel ten tijde van Napoleon en heeft een pseudo-militaire snit. De sterren zijn daarbij vervangen door kikkers. De felle kleuren en opvallende borduursels hebben wellicht een vrouwelijke inslag maar het nauwsluitende pak benadrukt het silhouet van de torero en bevestigt zijn stempel als macho.
Het zijde pak is gemaakt van meerdere lagen satijn en bestaat uit een kort jasje met vest en bijbehorende strakke broek die tot onder de knie loopt. De chaquetilla (het korte jack) is gedrenkt in stijfsel waardoor het weliswaar hard is geworden, maar biedt de torero geen enkele bescherming. Het wordt open gedragen en de mouwen zijn los ingezet aan de schouder, waardoor het bewegingsvrijheid biedt. Beide schouders zijn bedekt met grote epauletten, waar kwastjes aan hangen. Net als het jasje zijn ze overdadig voorzien van borduursels en zijn er glinsterende steentjes,  kralen en pailletten opgenaaid. De taleguilla (broek) is een legging, van middel tot net over de knie, met versierde zijpanden. De broek is zo strak dat deze als het ware een tweede huid vormt. De taleguilla wordt om het middel met een sjerp dichtgebonden en aan de pijpen met door kwasten versierde koorden (tale). Onder de broek worden twee paar sokken (medias) gedragen. Het onderste paar is van wit katoen en wordt soms vervangen door een maillot, het bovenste paar is roze en van pure zijde. De voeten zijn gestoken in zwarte leren zapatillas met dikke zool en bovenop een strik en hebben veel weg van de slippers van een ballerina. Onder de chaquetilla draagt de torero een wit overhemd (camisa) met een smalle corbatín (stropdas), die dezelfde kleur heeft (meestal zwart) als de sjerp waarmee de broek wordt dichtgebonden om het middel. Op het hoofd prijkt een typische montero (geweven hoed) en in het haar is een coleta (knot) gestoken. Vroeger droegen torero’s hun lange haar in een knot en sneden deze af wanneer zij stopten met stierenvechten, nu is het een haarstukje. Bij het binnenlopen van de arena heeft de torero een capote de paseo om de linker schouder gevouwen. Deze zijde cape met luxueuze versiersels doet in het verloop van het gevecht geen dienst en wordt ingeruild voor een roze met cape met goudkleurige voering. De matador gebruikt in het derde en laatste stadium van de corrida een rode muleta (cape) en een estoque (gebogen zwaard).

Het volledige kostuum weegt ongeveer 7 kilo en blinkt eigenlijk uit in nutteloosheid. Het biedt geen enkele bescherming, is zwaar, niet flexibel, te warm voor in de zomer en heeft voornamelijk ceremoniële waarde. Vasthoudend als men is, wil men geen enkele wijziging aanbrengen in de kleding. Tegenwoordig worden er wel kostuums gemaakt van een verbeterde stof, waardoor het traje de luces lichter is geworden, chemisch kan worden gereinigd en niet na één corrida hoeft te worden weggegooid, wanneer er een (bloed)vlek op zit. Aan een pak wordt door zes naaisters wel een maand lang gewerkt en kost dan ook een slordige duit. Prijzen lopen wel op tot € 3.000 of meer. Voor de top onder de torero’s geen probleem, want die mag zich verheugen op een vorstelijke gage van enkele tienduizenden euro’s per corrida.

Het aantrekken van het traje de luces is een ceremoniële aangelegenheid en vindt plaats volgens een vast ritueel met een strak tijdschema. De matador wordt bijgestaan door een kleedheer, doorgaans in de privacy van een hotelkamer. De bijgelovigheid druipt er vanaf, elke beweging, los draadje of vlek kan van grote invloed zijn.