maandag 5 maart 2012

Boabdil - laatste Moslim koning in Spanje

Boabdil is de Spaanse naamsverbastering van Abu Abdallah Mohammed XII, laatste heerser van de Nasriden. Hij was ook bekend als El Chico (de Kleine), vanwege zijn korte heerschappij, of El Zogoybi (de Ongelukkige). De naam Boabdil kom je overal tegen in Andalusië. Hij prijkt op de gevel van menig huis, duikt op in legenden en wordt gebruikt door restaurants, pensions, sauna’s en legio andere gelegenheden.

De Nasriden waren de laatste islamitische dynastie op het Iberisch schiereiland die heerste over het emiraat van Granada, dat de provincies Málaga, Granada en Almería omvatte. Het Nasridenrijk werd in 1237 gesticht door Mohammed I ibn Nasr en kwam in 1492 ten val na een langdurige belegering door Los Reyes Católicos Ferdinand en Isabella. Terwijl de Reconquista in volle gang was en omliggende taifa’s als Córdoba en Sevilla werden ingenomen door de Castiliaanse legers, schaarde Mohammed I zich wijselijk achter Ferdinand III. Het emiraat kwam weliswaar onder invloed te staan van de Kroon van Castilla, maar bouwde hierdoor wel bestaansrecht op en floreerde.

De grote bloeiperiode van het Koninkrijk van Granada vond plaats in de 14e eeuw van 1333 tot 1391 tijdens de heerschappij van Yusuf I en Mohammed V. De stad Granada groeide en het Alhambra werd uitgebreid met de bouw van diverse paleizen en het Generalife. Uit deze periode stamt ook de beroemde Leeuwenhof. Granada had een vooraanstaande positie op wetenschappelijk en cultureel gebied en was een belangrijke schakel in de handel rond de Middellandse Zee. De Reconquista was echter niet te stoppen, waardoor er constante schermutselingen waren in de grensgebieden en er langzaam territorium werd verloren aan de christenen en het koninkrijk almaar kleiner werd. Onderlinge politieke twisten en de verzwakking van de handelspositie luidden uiteindelijk de val van het emiraat in.

De epiloog van de Moorse dynastie wordt gevormd door Abu Abdallah Mohammed XII, Boabdil genoemd door zijn Spaanse tegenspelers. Hij heeft de pech de 22ste en laatste vorst van de Nasriden te zijn en is het slachtoffer van een drama vol list, bedrog en verraad. Boabdil wordt in 1459 geboren in Granada als zoon van sultan Mohammed XI en de ambitieuze Aixa. Wanneer zijn vader de voorkeur geeft aan een nieuwe christelijke concubine, zint de uitgerangeerde Aixa vastbesloten tot wraak. In de navolgende jaren doet zij er alles aan om Boabdil tegen zijn vader op te zetten, waar de verraderlijke vrouw bijzonder goed in slaagt. Als Granada in 1482 in opstand komt vanwege de torenhoge belastingen, ziet Boabdil kans de macht van zijn vijandige vader over te nemen.

Er wordt hem weinig tijd gegeven om te genieten, want de legers van Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilla belagen de grenzen van zijn koninkrijk. Om prestige te verwerven onder de bevolking rijdt hij in 1483 met 10.000 soldaten uit om de stad Lucena in te nemen, maar wordt verslagen en gevangen genomen door de christenen. Inmiddels herneemt zijn vader, samen met zijn broer de Heer van Málaga, de macht weer over. Ferdinand en Isabella weten een overeenkomst met Boabdil te sluiten: hij mag terug naar Granada om zijn vader af te zetten, mag regeren onder het betalen van grote sommen goud aan het Katholieke Koningspaar en moet grote delen van het emiraat direct afstaan. In 1487 slaagt Boabdil in zijn missie, wordt opnieuw tot sultan uitgeroepen en neemt zijn intrek in het fabuleuze Alhambra. Maar het emiraat is door twist, bedrog en onderlinge strijd volledig ontwricht. De christelijke legers maken hier dankbaar gebruik van en nemen stad na stad in. Het pact tussen Boabdil en de christenen blijkt al gauw niets waard. Granada wordt volledig omsingeld. De legers van Ferdinand en Isabel slaan hun kamp op in Santa Fé en belegeren Granada gedurende een jaar. 
Wanneer Boabdil er van overtuigd is dat er geen uitweg is, geeft hij na een geheim beraad de sleutels van de stad en het Alhambra op 2 januari 1492 over, in ruil voor ballingschap. De Moren krijgen een vrijgeleide en mogen zich met behoud van geloof en gewoonten vestigen in La Alpujarra, de streek ten zuiden van de Sierra Nevada. Wanneer Boabdil met zijn gevolg de stad uittrekt kijkt hij vlak voor de afdaling naar Padul een laatste keer om naar zijn geliefde geboortestad en paleis en huilt om wat hij achterlaat. Zijn moeder Aixa bijt hem toe: “Je huilt als een vrouw over wat je als man niet kon verdedigen”. De pas staat nu bekend als de Puerto del suspiro del Moro (de zucht van de Moor).

Met hun irrigatietechnieken weten de Moren de Alpujarra tot een vruchtbaar paradijs te maken. Boabdil verblijft er maar kort en vertrekt al na een jaar naar Fez in Marokko, waar hij een nieuw paleis mag bouwen. Naar verluidt wordt hij tijdens een oorlog in 1527 gedood. Ook de belofte van ballingschap in de Alpujarras blijkt weinig waard. De Moren worden gedwongen zich te bekeren tot het christendom. Deze nieuwe christenen worden Moriscos genoemd, degenen die toch volgens hun tradities blijven leven worden in 1570 definitief verdreven.

BIJZONDER OVERNACHTEN:
ACCOMMODATIES IN GRANADA


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen